Nederlandse aandelen 1602 - heden; een kleine geschiedenis

(Bron: Nederland De schatkist van Europa, uitgeverij Balans, 2001)

1602 – 1720: Eerste opgaande fase

‘Er is niets ter wereld dat ons kan hinderen, want God is met ons. Er kan in Indie wat groots worden verricht en er kunnen jaarlijks rijk beladen schepen teruggestuurd worden.’
(Jan Pieterszoon Coen, gouverneur-generaal van de VOC in Batavia)

Met de introductie van het aandeel V.O.C. in 1602, 's werelds eerste aandeel, wordt het startschot gegeven voor de Amsterdamse beurs en de wereldwijde handel in aandelen. Vanaf 1602 tot 1720 is een belegging in aandelen zeer lucratief. Per saldo verzestienvoudigen de koersen in deze periode. Toch worden beleggers in deze periode geconfronteerd met een eerste bloedstollende krach. Wij schrijven 1672. Het rampjaar. Nederland wordt belaagd door Engeland, Frankrijk en de keurvorsten van Munster en Keulen. De regering is radeloos, het volk redeloos, het land reddeloos en … beleggers sprakeloos. De beurs stort in enkele dagen met 53% in. Maar de wapenen blijven in het vet.

De belagers kiezen eieren voor hun geld en laten de Republiek met rust en met name aandelen V.O.C. stijgen in de periode 1700 – 1720 tot nog niet eerder bereikte niveaus. De Republiek is een economisch machtsblok dat zijn gelijke in de wereld niet kent. Een tweede eeuw van stijgende aandelenkoersen lijkt in aantocht. Hoe angstaanjagend is soms de werkelijkheid. Wat is er aan de hand? In Frankrijk heeft de Zonnekoning bij zijn dood in 1715 een enorme staatsschuld nagelaten en de regering is de wanhoop nabij. John Law, een naar Nederland gevluchte ter dood veroordeelde Schot, weet raad. Hij krijgt toestemming voor de oprichting van een onderneming, de Mississippi Company, die op grote schaal goud zal gaan delven in de V.S.. Tegen inlevering van staatsobligaties krijgt men aandelen in deze onderneming. U raadt het al. De vraag naar aandelen is overweldigend en de koers explodeert. Eind zeventiende eeuw wordt ook in Engeland gezocht naar creatieve manieren om de staatsschuld te verlichten. In het voorjaar van 1720 lijkt in Engeland, in navolging van Frankrijk, de oplossing gevonden: de burgerij wordt aangespoord staatsobligaties te converteren  in aandelen van een letterlijk 'veelbelovende' onderneming: de ‘Zuidzee Company.’ De ‘Zuidzee Bubble’ is een feit.

De speculatiezucht slaat van Frankrijk en Engeland over naar de Republiek. Beleggers kopen zelfs aandelen van tientallen niet bestaande of  nauwelijks levensvatbare ondernemingen, de zgn. ‘windmaatschappijen.’ Het is wonderlijk dat de geschiedenis zich weer herhaalt met bijvoorbeeld World Online in 2000. Maar dat terzijde. Fantasie genoeg: Utrecht moet havenstad worden, Enkhuizen moet in oude glorie worden hersteld en er is zelfs een bedrijf dat alleen goede ideeën verzamelt. Alleen verzekeringsmaatschappij ASR, voorheen Assurantieconcern Stad Rotterdam Anno 1720 N.V.,  herinnert ons nog aan die tijd.


1720 –1795: Eerste neergaande fase

Maar dan. Het begint in Parijs, op een warme zomerdag in 1720. Zonder duidelijke reden lijkt het een enkeling verstandig, tegen de heersende opinie in, zijn tot duizelingwekkende hoogte gestegen aandelen in de Mississippi Company te verkopen. Goed voorbeeld doet goed volgen, met als gevolg een totale paniek in Parijs en 15 doden. Ook in Londen raken de Zuidzeeaandelen in een vrije val en decimeren tot het niveau van eind 1719. De reactie in de Republiek op de val van zowel de ‘Mississippi Company’ als de ‘Zuidzee Company’ is desastreus. Ook in Amsterdam barst aan het eind van de zomer in 1720 de bom en storten de koersen in. In de daaropvolgende jaren treedt geen noemenswaardig herstel op. Wij zijn beland in de eerste neergaande fase die tot 1795 zal aanhouden.

Uiteindelijk zal pas in 1960 het hoogtepunt van 1720 worden geëvenaard. Ruim twee eeuwen later, in 1951, meent de Vereniging voor de Effectenhandel nog eens te moeten waarschuwen voor John Law-achtige praktijken: ‘John Law, een der grootste financiële fantasten van alle tijden, bewees dat men het grote publiek altijd wel enige tijd kan spannen achter de zegekar van een of andere holle leuze, maar (…) dat, zo ergens, ter effectenbeurze altijd weer het demasqué komt van de waarheid.’ 

 

1795 – 1920: Tweede opgaande fase

‘De fabrikant is het kapitaal en de arbeiders zijn de arbeid. Als de arbeider beweert dat hij niet ‘de arbeid’ maar een mens is die onder andere kan werken, dan begrijpt de fabrikant het niet meer. Hij kan er met zijn verstand niet bij. Hij ziet de arbeiders niet als mensen, maar als handen.’

(Friedrich Engels in 1845)

Met de inval van de Fransen in 1795 daalt de beurs aanvankelijk tot het dieptepunt van 1782, ten tijde van de Vierde Engelse Oorlog. Maar later in datzelfde jaar zetten de aandelen een opmerkelijk herstel in. Wij zijn in een tweede opgaande fase beland die tot 1920 zal duren. Een  geleidelijke en langdurige stijging met per saldo een aantal kleine correcties. Bijvoorbeeld in 1803, als wij weer slaags raken met Engeland en een aantal van onze koloniën aan de agressor moeten afstaan. Of  zoals in 1848 gedurende een politieke crisis in Frankrijk, of  ten tijde van de Krimoorlog in het Donaugebied (1853 – 1856). Maar wat bovenal opvalt in deze periode zijn de gevolgen van de industriële revolutie voor de Amsterdamse effectenbeurs. Zo zijn niet langer uitsluitend handelsmaatschappijen en bank- en verzekeringsconcerns aan de beurs genoteerd, maar worden ook tientallen industrieaandelen en Amerikaanse en Russische spoorwegmaatschappijen verhandeld.

Wel blijven de Nederlandsche Bank en de Nederlandsche Handel Maatschappij (nu ABN-Amro Bank) de meest verhandelde fondsen in Amsterdam. Deze laatste wordt lange tijd beschouwd als de nieuwe V.O.C. 

 

1920 – 1932: Tweede neergaande fase

In 1920 komt aan de tweede opgaande fase abrupt een eind. Wereldwijd raken aandelen in een vrije val. In Amsterdam dalen de koersen over een breed front met maar liefst 30%. De wereldwijde economische euforie na afloop van de Eerste Wereldoorlog wordt ruw verstoord en ook in Nederland gaan honderden ondernemingen failliet. De daling op de beurzen zet evenwel niet door en eind 1920 zet de beurs een voorzichtig herstel in. Maar omdat in de jaren daarna de winstgevendheid van het bedrijfsleven slechts mondjesmaat toeneemt, blijven in de jaren ’20 explosieve koersstijgingen uit. Dat geldt voor zowel Wall Street als de Amsterdamse effectenbeurs. Daaruit wordt door gezaghebbende economen, waaronder Fisher en Keynes, afgeleid dat de situatie - na de krach van 1920 - onder controle is.

Toch is er één Amerikaans aandeel dat zich in de periode 1923 – 1929 aan het algemene beursbeeld weet te ontrekken en dat verdertigvoudigt. Het staat symbool voor de ‘nieuwe economie’: Radio Corporation of America. De introductie van de radio – ‘the new wireless device bringing live entertainment right into the living room – brengt beleggers over de hele wereld in een opperste staat van extase. Maar dan is het 1929. Wall Street stort in en ook de Amsterdamse beurs daalt dat jaar per saldo met 20%. Maar het leed is nog niet geleden. Integendeel, in de jaren ’30, ’31 en ’32 daalt de beurs nog eens met respectievelijk 27%, 30% en 34%! Per saldo zien beleggers de waarde van hun beleggingen in de periode 1920 - 1932 dalen met circa 80% en daarmee is de Amsterdamse beurs weer terug op het niveau van 1630. De wereld wordt geconfronteerd met een economische ramp die zijn gelijke niet kent. Ter illustratie, het Amerikaanse ‘goudgerande’ aandeel van de Goldman and Sachs Trading Corporation daalt van $222,- in 1928 tot $1,75 in de herfst van 1932.  Toch zien enkele grote concerns juist in deze periode het levenslicht. Zo gaan Unilever, een samensmelting van de Margarine Unie en Lever Brothers Ltd., en het Rotterdamsch Beleggingsconsortium (Robeco) beide in 1929 van start.

 

1932 – heden: Derde opgaande fase

‘Wat is speculeren? (…) Wil men met alle geweld een bijzonder woord kiezen voor het kopen van effecten met het enig en uitsluitend doel daarmede zo spoedig mogelijk bij verkoop geldwinst te behalen, dan zou het goed Nederlandse woord ‘dobbelen’ daarvoor veel geschikter zijn.’
Uit: De beurs als spiegel der waarheid, 1951

Vanaf 1932 krabbelt de beurs voorzichtig uit het dal omhoog. Maar zo opvallend euforie veelal eindigt met een krach (vgl. 1672, 1720, 1920, 1929 en later 1987 en 1989), zo onopvallend eindigt misère bijna wetmatig met een geleidelijke beweging omhoog. Alleen achteraf  kan dan ook worden geconstateerd dat 1932 het einde markeert van een tweede neergang en dat wij in een derde opgaande fase (1932 – heden) zijn beland. Vanaf dat jaar – 1932 – stijgt de beurs, eigenlijk alleen onderbroken door de tweede wereldoorlog en de jaren ’70, tot op de dag van vandaag. Korea, Vietnam, OPEC, krachs in ’87 en ’89; het maakt uiteindelijk allemaal weinig indruk op de dolenthousiaste belegger.

Voor miljarden guldens wordt ingekocht. En de koersen blijven maar stijgen. In de eerste helft van 2000 explodeert de Amerikaanse technologie beurs Nasdaq tot boven de 5000, de Dow Jones gaat door de 11.000 en onze AEX nadert de 800. En volgens gezaghebbende analisten was dit nog maar het begin. De zegeningen van de 'nieuwe economie' zou aandelen verder omhoog voeren, zo wordt geredeneerd. En zij bevinden zich medio 2000 in goed gezelschap: het IMF voorspelt een wereldwijde economische groei voor 2001 van maar liefst 4,2%. Nederlandse pensioenfondsen die medio 2000 ruim 40% in aandelen hebben belegd treden, net als de particuliere beleggers, daarom de toekomst met een gerust hart tegemoet. De reserves zijn meer dan voldoende om de pensioenverplichtingen te dekken. In haar jaarverslag over 2000 concludeert de Pensioen- en Verzekeringskamer, de toezichthouder, dan ook dat bij 90% van de 556 pensioenfondsen geen ingrijpende zaken aan de orde zijn. Slechts bij 1% van de fondsen heeft de PVK daadwerkelijk ingegrepen in de opzet en financiering van het fonds. Zelfs tegen een krach lijken de pensioenfondsen bestand. Wat een inschattingsfout. Want dan is in 2001 het feest plotseling over: de beurzen storten wereldwijd met tientallen procenten in. World Online en Newconomy staan sindsdien symbool voor de gekte die zich van de beleggers meester maakte. Wat blijft is de weemoedige herinnering aan die fabelachtige jaren ’90 waarin de Nederlandse beurs verzesvoudigt. Nogmaals, dat alles ondanks majeure politieke en economische schokken zoals de Golfoorlog (1991), de Mexico-crisis (1994) en de Azië crisis (1997).

Integendeel, sterk toenemende bedrijfswinsten tegen de achtergrond van aanhoudende economische groei en gunstig renteklimaat, brengen jaar in jaar uit beleggers in een opperste staat van vervoering. De waardering voor bedrijven, bijvoorbeeld gemeten in koers/winst-verhouding ondergaat een revolutionaire opwaardering. Ook is men bereid met een fors lager dividendrendement genoegen te nemen. Aandelen zijn in. Obligaties en onroerend goed zijn uit. Tegelijkertijd gaan in deze periode pensioenfondsen meer en meer over tot internationalisatie van de portefeuille en worden prestaties van de pensioenfondsbeheerders, de beleggers, gemeten aan de hand van een beursindex. Men is een goed belegger als men beter presteert dan de index. Men doet het slecht als men bij de index achterblijft. Met andere woorden: niet langer telt het absolute rendement, maar het relatieve rendement. De twee belangrijkste regels van ’s werelds meest vermaarde belegger, Warren Buffett, dat men nooit geld mag verliezen (regel 1) en dat men regel 1 nooit mag vergeten (regel 2) wordt met de overstap naar relatief resultaat, resoluut terzijde gelegd. Risico is op zich een relatief begrip, zo wordt geredeneerd, en heeft alles te maken met het percentage waarmee wordt afgeweken van een index.

Veel portefeuille-beheerders, waaronder de Nederlandse pensioenfondsen en hun toezichthouders, wentelen zich ondertussen comfortabel in de veronderstelling dat door toepassing van geavanceerde econometrische modellen de beleggingen onder controle zijn. Zo gezegd, zo gedaan. Koersen van aandelen die deel uitmaken van toonaangevende indices als FTSE, Dow Jones Stoxx en MSCI, worden zo jarenlang tot irrationele niveaus opgezweept. Daarbij komt dat beleggers die nauwgezet een index volgen moeten beleggen in de grote telecomaandelen als France Telecom, Deutsche Telecom en ook KPN. Maar omdat van deze aandelen slechts een klein deel vrij verhandelbaar is, ontstaan er kunstmatige tekorten en bereiken met name deze aandelen onvoorstelbare niveaus.

2009 - heden

De beurzen laten in 2009 een fors herstel zien en de Amerikaanse economie staat er uiteindelijk beter voor dan eerder in het jaar door marktvorsers werd voorzien. Minder rooskleurig is het oplopen van de diverse begrotingstekorten. Zo hebben de V.S. eind 2009 een tekort van bijna 12% van het BNP. Nederland steekt daar met bijna 5% nog gunstig bij af. Verder wordt het jaar gedomineerd door de bijna faillissementen van General Motors en Chrysler, de miljardenaankoop door Warren Buffett van treingigant Burlington Northern (volgens Buffett: 'een aankoop gericht op de economische toekomst van de V.S.') en de arrestatie van 's werelds grootste fraudeur Bernie Madoff. De AEX daalt tot 200 punten begin 2009. Vanaf die tijd zet de beurs een herstel in dat jaren gaat duren. De eurocrisis in 2011, aangewakkerd door problemen in Griekenland, zorgt slechts voor een korte adempauze. Ook het aantreden van de omstreden president Trump in de V.S. weet het herstel van de beurs niet te temperen.  Ultimo 2017 bereikt de AEX een stand van ca. 550.

 

 

  • Gulden - Eeuwenlang Nederlands beste exportproduct

  • Keizer Nero concludeerde al in 65 na Chr. dat het innen van belasting in Griekenland onmogelijk is

  • Het verschil tussen een bitcoin en een eurobiljet is de waarde van oud papier. De rest is pure fantasie

  • Inflatie - Nooit een probleem, zolang die lager is dan bij je belangrijkste handelspartners

  • Inflatie - Rente - De prijs van geld, in Nederland eeuwenlang gemiddeld 4%

  • Koers - Meestal indicatief, heeft neiging tot fluctueren

  • Pensioen - Legt de basis voor een gezonde economie, ook voorziening voor oude dag

  • Onderwijs – Hoogst noodzakelijk voor een gezonde economie

  • Koerswinst - Meestal het resultaat van eigen haarscherpe analyse

  • Koersverlies - Meestal het resultaat van falend ondernemerschap en/of 'flauwe' beurs

  • Volksaard - Dat wat een volk wel of niet succesvol maakt

  • Frankrijk - Minder rijk dan de naam suggereert

  • Belegger - Ben je meestal zelf; sympathiek persoon, handelt rationeel, ook als die onder druk staat

  • Speculant - Meestal een ander; onguur type, handelt irrationeel, met name als die onder druk staat

  • Nederlander - Nuchter type, oog voor werkelijkheid, meestal geen politicus

  • Erasmus, Desiderius - Onderkende als eerst de unieke Nederlandse volksaard en vertrok

  • Willem van Oranje - Grondlegger van de staatsschuld, bijgenaamd ‘Vader des Vaderlands’